Digitalisering

Digitalisering zal de komende jaren een steeds prominentere positie in gaan nemen waar het gaat om informatie-uitwisseling tussen partijen in het logistieke proces, zowel publiek als privaat. Het gaat hierbij niet enkel om ladinginformatie, maar ook om reis- en scheepsdata die steeds slimmer met en door relevante partijen gedeeld kunnen gaan worden. Autorisatie, authenticatie en data-eigenaarschap zijn de bouwstenen waarop de komende jaren een Europees-brede Basis Datadeel Infrastructuur opgezet zal gaan worden.

CBRB/LINc is op nationaal vlak aangehaakt bij de Digitale Transport Strategie van de Nederlandse overheid. In een consultatiepanel, bestaande uit vertegenwoordiging van de logistieke sector en publieke partijen, heeft de sector de komende periode inzicht in de stappen die gaan leiden tot een BDI. Eén van de accelerators achter deze ontwikkeling is de Europese eFTI verordening. Deze verordening stelt publieke partijen vanaf 2025 verplicht om digitaal beschikbare informatie van private partijen te accepteren. Een belangrijke stap om te komen tot documentloze logistiek.

Ketenoptimalisatie

Een logistieke keten bestaat niet zelden uit een aaneenschakeling van vele partijen die elk een bepaalde rol hebben in het verplaatsen van de lading van de oorsprong tot bestemming. Keuzes en afspraken die gedurende het proces gemaakt worden, dragen niet altijd bij aan een efficiënte afwikkeling en organisatie van het vervoer van en naar het achterland.

Om deze beperking weg te nemen is voorlichting en kennisoverdracht aan betrokken partijen in (mondiale) logistieke ketens essentieel. Het maken van de juiste afspraken door de juiste partij op de juiste plek, voldoende rekening houdend met de karakteristieken die horen bij het vervoer van lading via de binnenvaart, zorgt ervoor dat de voordelen van deze modaliteit zo volledig mogelijk benut kunnen worden.

Eén van de zichtbare knelpunten voor de containerbinnenvaart betreft de al jaren aanhoudende vertragingen in de afhandeling bij de terminals in de zeehavens, de draaischijven tussen de steeds groter wordende zeeschepen en de modaliteiten die de lading van en naar het achterland verplaatsen. Om dit structurele probleem op te lossen wordt niet alleen gekeken naar de fysieke infrastructuur in de haven, maar ook naar het slimmer gebruik maken van de bestaande capaciteit door middel van IT en het anders inrichten van afspraken in het zeevrachtproces.

Het CBRB is via LINc in al deze overlegstructuren intensief betrokken en in gesprek met de verschillende ketenpartijen om tot concrete resultaten te komen. Zo is na vele jaren van voorbereiding de ingebruikname van Nextlogic, de integrale planningstool voor de Rotterdamse haven, aanstaande en is in 2019 de guideline containerbinnenvaart uitgebracht. Eén van de lopende project is het onderzoek naar de haalbaarheid van een overflow-hub, een locatie in de haven die in tijden van grote drukte kan fungeren als tijdelijke buffer voor de ladingstromen.

Modal-shift

Modal-shift is de term voor het vervangen van (een deel van) het vervoer van lading over de weg door andere modaliteiten, waaronder de binnenvaart. Modal-shift is niet alleen van betekenis om ook in de toekomst een kwalitatieve mobiliteit te kunnen waarborgen, ook voor het milieu en klimaatopgave is het anders omgaan met en inzetten van de beschikbare modaliteiten van groot belang.

Om modal-shift te kunnen realiseren dienen een aantal elementen op orde te zijn. Betrouwbare en toereikende infrastructuur, zowel op- en rond de vaarwegen als in de (zee)havens en een logistieke keten die voldoende ruimte geeft aan een modal-shift beweging kunnen in belangrijke mate bijdragen aan de doelstelling om steeds meer lading naar het water te verplaatsen.

Het CBRB neemt deel aan verschillende nationale programma’s en overlegstructuren die te maken hebben met modal-shift beleid, infrastructuur en de inrichting van de logistieke keten. Het CBRB vind het belangrijk dat deze programma’s zowel vanuit nationaal als internationaal perspectief bekeken worden. Optimaal resultaat kan bereikt worden door centrale coördinatie van programma’s, welke vervolgens op regionaal niveau worden uitgerold. Het is immers in ieders belang dat modal-shift de komende jaren uitgebreid en structureel onderdeel gaat worden van de (denk)wijze waarop goederenstromen worden verplaatst.