Prinsjesdag 2026: extra geld helpt, maar vaarwegen vragen structurele aanpak 

17 september 2026

Het kabinet maakt € 1,5 miljard extra vrij voor groot onderhoud aan de Nederlandse infrastructuur. KBN vindt het positief dat ook vaarwegen en waterwerken hieronder vallen. Tegelijk is dit bedrag bij lange na niet genoeg om de onderhoudsopgave op te lossen. De Algemene Rekenkamer becijferde eerder dat voor het hoofdvaarwegennet tussen 2024 en 2038 € 10,6 miljard méér nodig is dan beschikbaar is. 

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) schrijft in de begroting dat de totale onderhoudsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet volledig betaalbaar en uitvoerbaar is. Het kabinet gaat daarom opnieuw prioriteiten stellen. KBN begrijpt dat bij schaarse middelen keuzes nodig zijn. Herprioriteren lost het structurele tekort echter niet op. Daarvoor is een meerjarig investerings- en financieringsplan nodig. 

Hoofdvaarwegennet krijgt extra geld 
Voor het hoofdvaarwegennet staat in 2027 ongeveer € 1,67 miljard aan uitgaven begroot. Bijna € 980 miljoen daarvan gaat naar onderhoud en vernieuwing. 

Van aanvullende middelen voor Rijkswaterstaat gaat € 181 miljoen naar de vaarwegen. Daarvan is € 94,3 miljoen bestemd voor vernieuwing in 2031. Door het geld eerder beschikbaar te maken, kan Rijkswaterstaat vanaf 2027 al verplichtingen aangaan voor urgente onderhoudsprojecten. 

KBN volgt met zorg het onderzoek naar aangepaste bedienvensters, beperkingen in de bediening en het op- of afwaarderen van vaarwegen. Dit onderzoek is niet nieuw. Besparingen op beheer of bediening kunnen voor ondernemers leiden tot langere wachttijden, omvaren of het wegvallen van bestemmingen. De economische gevolgen kunnen daarmee groter zijn dan de besparing. 

KBN is voorstander van andere financieringsvormen voor nieuwe infrastructuur, bijvoorbeeld via publiek-private samenwerking. Ook de nieuwe Nationale Investeringsinstelling, waarin banken, pensioenfondsen en verzekeraars naast de overheid kunnen participeren, biedt mogelijkheden. Zo kan binnen de begroting van het ministerie van IenW meer financiële ruimte ontstaan voor onderhoud en vernieuwing van het bestaande netwerk. 

Rivierbodem en bevaarbaarheid 
Binnen het Mobiliteitsfonds wordt € 100 miljoen overgebracht naar een aparte reservering voor bevaarbaarheid binnen Ruimte voor de Rivier 2.0. Het gaat om middelen die al eerder beschikbaar zijn gesteld en dus niet om nieuw geld in de begroting voor 2027. 

KBN vindt het belangrijk dat bevaarbaarheid onderdeel blijft van de plannen voor de rivieren. Maatregelen tegen rivierbodemerosie kunnen helpen om de vaardiepte op langere termijn beter op peil te houden. Het Rijk kijkt ook naar klimaatadaptieve schepen die met minder diepgang kunnen varen. De sector past zich aan waar dat kan, maar aanpassing van schepen kan onderhoud en investeringen in de vaarweg niet vervangen. 

Modal shift: KBN vraagt meer ambitie 

Het kabinet houdt vast aan de bestaande doelstelling om jaarlijks 441.000 containertransporten structureel van de weg naar binnenvaart en spoor te verplaatsen. Voor 2030 noemt de begroting daar bovenop een streven van nog eens 200.000 containers per jaar. 

Omgerekend naar vervoerd gewicht is het effect van die 441.000 containers beperkt. Volgens een KBN-berekening betekent de doelstelling ongeveer 0,7 procent minder vervoer over de weg. Als alle 441.000 containers naar de binnenvaart zouden gaan, zou het vervoerde gewicht over water met ongeveer 1,3 procent toenemen. 

KBN vindt deze ambitie onvoldoende, juist nu binnenvaart en spoor marktaandeel verliezen aan de weg en ons wegennet door de toenemende verkeersdrukte steeds verder dichtslibt.  

Voor een daadwerkelijke verschuiving van weg naar water zijn betrouwbare vaarwegen nodig, maar ook een betere afhandeling van binnenvaartschepen in de zeehavens. Wachttijden, beperkte terminalcapaciteit en slechte voorspelbaarheid maken vervoer over water minder aantrekkelijk. Wie meer goederen over water wil, moet zorgen dat de hele keten dat aankan. 

Ook goederenstromen veranderen door de energie- en grondstoffentransitie. Traditionele ladingstromen nemen deels af en nieuwe stromen komen daarvoor in de plaats. Dat vraagt om voldoende ruimte voor overslag en vervoer over water. 

RED III: CO₂-reductie-eis stijgt naar 5,1 procent 
Onder RED III loopt de verplichte CO₂-reductie in de brandstofketen voor de binnenvaart op van 2,5 procent in 2026 naar 5,1 procent in 2027. Daarna stijgt de eis naar 7,6 procent, 10,2 procent en uiteindelijk 14,5 procent in 2030. De verplichting ligt bij brandstofleveranciers, maar werkt door in de bunkerprijs. 

KBN schat dat de huidige eis van 2,5 procent ongeveer € 30 per ton extra kost. Als de marktverhoudingen gelijk blijven, kan de stap naar 5,1 procent indicatief uitkomen op ongeveer € 60 per ton. De daadwerkelijke prijs hangt af van de markt en van de manier waarop leveranciers aan hun verplichting voldoen. 

Vanaf 2028 komt volgens de huidige planning ETS2 daarbij. Daarmee krijgt ook de fossiele CO₂-uitstoot van brandstoffen een prijs. Bij een CO₂-prijs van € 45 per ton rekent KBN indicatief met ongeveer € 130 per ton gasolie aan extra kosten. 

Bij RED III ontstaat bovendien een verschil met de buurlanden. Nederland heeft RED III voor de binnenvaart vanaf 2026 ingevoerd. Duitsland heeft gasolie voor de binnenvaart buiten de nationale RED III-verplichting gehouden en België is voornemens de verplichting vanaf 1 januari 2027 in te voeren. Daardoor ontstaat voorlopig een ongelijk speelveld en het risico op bunkerconcurrentie. 

KBN is voorstander van verduurzaming, maar wil voorkomen dat Nederlandse ondernemers door een stapeling van maatregelen hogere kosten krijgen dan concurrenten in de buurlanden. 

Subsidies voor verduurzaming 
In 2027 is ongeveer € 16,4 miljoen opgenomen voor verduurzaming van binnenvaartschepen. Een belangrijk deel daarvan was al eerder beschikbaar gesteld en is gericht op voorlopers en nieuwe energiedragers. 

KBN vindt dat oplopende verplichtingen en kosten gepaard moeten gaan met voldoende mogelijkheden om in schonere technieken te investeren. Ondernemers moeten die investeringen ook kunnen financieren. 

Accijnsvrijstelling blijft op de agenda 
In de bijlagen bij de Miljoenennota staat dat Nederland binnen de CCR richting 2030 gezamenlijk wil werken aan het opheffen van het verbod op belasting van binnenvaartbrandstof. Dit voornemen is niet nieuw en kan alleen worden uitgevoerd als de betrokken landen daar overeenstemming over bereiken. 

De binnenvaart krijgt met RED III en vanaf 2028 met ETS2 al te maken met hogere kosten voor fossiele brandstof. Daar nog een accijns bovenop leggen betekent een extra belasting voor ondernemers. De stapeling van lasten kan de financiële ruimte om in verduurzaming te investeren verkleinen. KBN is daarom tegen afschaffing van de huidige accijnsvrijstelling en wil dat Nederland hierin niet eenzijdig vooruitloopt op de buurlanden. 

Ondernemen, personeel en opleidingen 
Ook de werkgeverslasten stijgen in 2027. De premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) gaat met 0,40 procentpunt omhoog. Voor kleine werkgevers stijgt de premie van 6,27 naar 6,67 procent en voor grotere werkgevers van 7,63 naar 8,03 procent. De gemiddelde premie voor de Werkhervattingskas (Whk) stijgt van 1,52 naar 1,67 procent. De daadwerkelijke Whk-premie verschilt per werkgever. 

Ook de minimumjeugdlonen gaan omhoog. Voor BBL-leerlingen verdwijnt de aparte lagere loonstaffel en gaat hetzelfde minimumjeugdloon gelden als voor andere jongeren. Voor de binnenvaart is dat van belang, omdat werken en leren een belangrijke route is naar een baan aan boord. 

Bestaande programma's voor maritiem Human Capital en samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven lopen door. KBN is betrokken bij deze bredere maritieme aanpak. 

Voor internationaal personenvervoer per schip blijft het btw-nultarief gelden wanneer vertrek of bestemming buiten Nederland ligt. In de begroting voor 2027 wordt hierin geen wijziging voorgesteld. 

Het kabinet wil de regeldruk voor ondernemers verminderen en beleid voorspelbaarder maken. Voor KBN gaat het daarbij vooral om zekerheid voor ondernemers die voor vele jaren in hun schip investeren. Zij moeten tijdig weten welke eisen voor techniek, personeel en verduurzaming gaan gelden en erop kunnen vertrouwen dat beleid niet voortdurend verandert. 

Verder in de begroting 

Voor walstroom op Rijksligplaatsen wordt € 34,7 miljoen aan eerder gereserveerd geld overgebracht naar de realisatiefase. Ook wordt gewerkt aan een internationaal emissielabel voor binnenvaartschepen. Dat label kan later een rol spelen bij financiering, subsidies, aanbestedingen en vervoerscontracten. 

Het Rijk werkt verder aan digitale gegevensuitwisseling via onder meer eFTI, EMSWe en de Basis Data Infrastructuur. Het doel blijft om logistieke informatie in 2030 gestandaardiseerd digitaal uit te wisselen. Cyberweerbaarheid blijft onderdeel van het maritieme beleid. 

Eerst de basis op orde 
Voor KBN ligt de kern bij betrouwbaarheid en voorspelbaarheid. Meer vervoer over water en verdere verduurzaming vragen om een vaarwegennet dat werkt, een logistieke keten waarin de binnenvaart goed wordt afgehandeld en beleid dat ondernemers voldoende zekerheid geeft om te investeren. 

Wie meer vervoer over water wil, moet zorgen dat het vaarwegennet en de logistieke keten die ambitie ook kunnen waarmaken. 

Gerelateerde items