Binnenvaartbranchevereniging van Nederland

Dit is de voormalige website van het CBRB

 



25 februari 2022 - CBRB speciale nieuwsbrief

Het CBRB is de toonaangevende werkgeversorganisatie voor alle sectoren in de binnenvaart en vervult een strategische rol.

Terugkoppeling werkgroep technische voorschriften CESNI/PT februari 2022

Het is onze missie om proactief betrokken te zijn bij de totstandkoming en wijzigingen van de technische voorschriften voor binnenschepen. We nemen dan ook proactief deel aan de bijeenkomsten van de werkgroep technische voorschriften (CESNI/PT). In deze nieuwsbrief kunt u een terugkoppeling lezen van een selectie van de vele besproken onderwerpen op 22 en 23 februari 2022.
  1. Brandstoffen met een laag vlampunt en brandstofcellen
  2. Resultaten bekend van verdiepend onderzoek naar de organisatorische human factors oorzaken van ongevallen in de binnenvaart
  3. Motoren van vorige fases die al in de handel zijn gebracht
  4. Overzakbare stuurhuizen
  5. Passagiersschepen
De werkgroep CESNI/PT heeft op 23 februari 2022 een belangrijke stap gezet richting de groene binnenvaart. De werkzaamheden aan regelgeving voor alternatieve brandstoffen voor de binnenvaart leveren een belangrijke bijdrage aan een emissievrije binnenvaart. Het IWT Platform is blij dat het signaal vanuit de binnenvaartsector  - om de regelgeving zo frequent al nodig is aan te passen vanwege praktijkervaringen – niet alleen is gehoord, maar ook zal worden opgevolgd.
 
 
Twitter - CBRBtweets
LinkedIn - CBRB
YouTube - CBRBnieuws
RSS - CBRBnieuws
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website - CBRB
 

Brandstoffen met een laag vlampunt en brandstofcellen (hoofdstuk 30 en bijlage 8)

Dit is een voor de binnenvaart belangrijk onderwerp. In de tijdelijke werkgroep brandstofcellen (CESNI/PT/FC) is veel voorbereidend werk verricht. Als eerste geven we u informatie over de ontwerptekst, gevolgd door het standpunt van het IWT Platform en tot slot wat door de werkgroep CESNI/PT is besproken. Hieronder vindt u links naar de definitieve ontwerptekst voor de voorschriften in vier talen. De relevante commissies van het IWT Platform zijn geconsulteerd. Het gaat om het volgende: herziene algemene vereisten voor alle brandstoffen met een laag vlampunt, waarbij de vereisten bovendien gedeeltelijk in een andere volgorde werden gebracht (hoofdstuk 30); anders ingedeelde voorschriften voor de opslag en het gebruik van LNG (bijlage 8, onderdeel II, hoofdstuk 1 en onderdeel III, hoofdstuk 1) en nieuwe voorschriften voor brandstofcellen (bijlage 8, onderdeel III, hoofdstuk 2). In het document zijn de grijs gemarkeerde plaatsen in de tekst in de bijlage de gedeelten van de ES-TRIN 2021 die ongewijzigd blijven, zoals met name de voorschriften voor schepen die LNG als brandstof gebruiken.

Onderstaande een afbeelding met de beoogde planning om regelgeving te ontwikkelen voor alternatieve brandstoffen.

Standpunt IWT Platform

Tijdens de bijeenkomst van de werkgroep CESNI/PT heeft het IWT Platform het volgende standpunt ingenomen: We bedanken de tijdelijke werkgroep CESNI/PT/FC heel hartelijk voor de vele werkzaamheden. Er is hard gewerkt aan het herstructureren van hoofdstuk 30 ES-TRIN, zodat dit hoofdstuk bruikbaar is voor verschillende brandstoffen. Tevens zijn nieuwe voorschriften ontwikkeld voor brandstofcellen.

De binnenvaart staat aan het begin van een belangrijke transitie wat betreft de voortstuwing van de schepen. Er is een toenemende behoefte aan duidelijkheid en regelgeving die innovatie en de noodzakelijke transitie faciliteert. Tegelijkertijd moet er voldoende ruimte zijn voor ontwikkelingen. Binnenvaartondernemers die willen investeren in nieuwe technologieën en duurzaamheid moeten dan gefaciliteerd worden.

Vanwege de gewenste duidelijkheid begrijpen we dat er de wens is om deze nieuwe regelgeving op te nemen in ES-TRIN 2023, en daarmee van kracht te laten zijn per 1 januari 2024. Wel zijn we ons ervan bewust dat er nog zeer weinig praktijkervaring is. Niet uit te sluiten is dat de regelgeving in de praktijk minder werkbaar blijkt te zijn.

Daarnaast ontvingen we naar aanleiding van onze consultatie bij onze commissies eerder dit jaar best grote vragen. Dit duidt op onzekerheid en zelfs enige weerstand. We zijn ons er van bewust dat het IWT Platform betrokken was bij de werkzaamheden in de tijdelijke werkgroep CESNI/PT/FC, met de gewaardeerde bijdrage van mevrouw Dahlke. Desalniettemin kunnen we de vragen en reacties van onze leden niet negeren.  Immers gaat het wel om belangrijke nieuwe regelgeving. Mogelijk dat de vragen naar aanleiding van onze consultatie door de experts in de werkgroep CESNI/PT/FC eenvoudig zijn te beantwoorden. We stellen dit bijzonder op prijs. Daarmee zou een stuk onduidelijkheid en onzekerheid kunnen worden weggenomen. We denken dat een FAQ document behulpzaam kan zijn.

Het IWT Platform vraagt nadrukkelijk om een duidelijke toezegging om deze conceptregelgeving zo frequent als nodig is te evalueren en opgedane kennis te benutten voor verbetering van de regelgeving. We begrijpen dat veiligheid voorop staat. Maar let op: te rigide regelgeving kan innovatie belemmeren.
We benadrukken dat er veel ruimte moet zijn voor proefprojecten. De evaluatie van bestaande en nieuwe regelgeving kan versterkt worden door de ervaring met dat soort projecten De regelgeving biedt hiervoor ruimte (artikel 2.20 van het ROSR en artikel 25 van de Richtlijn (EU) 2016/1629).  De huidige procedure, zeker de Europese route, vergt meerdere jaren totdat er een definitief besluit genomen is. De ervaring van de afgelopen jaren heeft aangetoond dat de scheepseigenaren daarom terughoudend zijn om te investeren in innovatieve technologieën. De hele cirkel van toeleveringsbedrijven – waar toch voornamelijk de R&D plaatsvindt -  is eveneens zeer gebaat bij snelle procedures. Zoals reeds is bepleit bij de evaluatie van de Richtlijn (EU) 2016/1629 is een vereenvoudiging of zelfs volledige herziening van de procedures voor het verlenen van ontheffingen of de erkenning van de gelijkwaardigheid van technische oplossingen (Art. 25) van groot belang.

Nogmaals samengevat, het IWT Platform pleit voor:
  • De noodzaak van deugdelijke beantwoording van gestelde vragen,
  • Suggestie om een FAQ op te stellen,
  • En een toezegging van evaluatie van deze regelgeving en aanpassing indien nodig.
Bespreking in de werkgroep CESNI/PT
De voorzitter van de werkgroep CESNI/PT introduceert dit belangrijke onderwerp met enkele afbeeldingen die ontwikkelingen in de binnenvaart illustreren.
We staan aan het begin van een revolutie met de overstap naar alternatieve brandstoffen, zoals waterstof. De werkgroep CESNI/PT vindt het een eer en een verantwoordelijkheid om aan de benodigde regelgeving te werken. De werkgroep CESNI/PT is het eens met het binnenvaartbedrijfsleven om praktijkervaringen te benutten voor de evaluatie van deze regelgeving. Een aantal vraagstukken zal door CESNI/PT/FC worden uitgewerkt. Zoals mogelijke verschillen tussen bestaande ontheffingen en de beoogde regelgeving. Een aantal zaken is bewust open gelaten om daarmee prakrijkervaringen te benutten om bij te sturen. De werkgroep CESNI/PT heeft ook gesproken over een risicoanalyse voor schepen die een brandstof met een laag vlampunt gebruiken en mogelijke schade aan infrastructuur aan land in de nabijheid van het vaartuig. Besloten is om dit nog niet op te nemen in de regelgeving. Instanties die zich bezig houden met verkeersvoorschriften zullen worden betrokken. Ook is gesproken over markering van explosiegevaarlijke gebieden. Het doel is de bemanning te waarschuwen. Een markeringsverplichting voor explosiegevaarlijke gebieden en een nieuw specifiek veiligheidsteken worden verder uitgewerkt.
De regelgeving zal aan het CESNI comité worden voorgelegd ter besluitvorming. Het binnenvaartbedrijfsleven en de keuringsinstanties worden opgeroepen om praktijkervaringen te delen.

Naar boven

 

Resultaten onderzoek naar organisatorische human factors oorzaken ongevallen in de binnenvaart

Na eerdere oplevering van het rapport "Human factors root causes of accidents in inland navigation: HMI and wheelhouse design" is recent het rapportHuman factors root causes of accidents in inland navigation - Organisational Aspects” gepubliceerd.

We hebben een korte toelichting gegeven aan de werkgroep CESNI/PT. We hebben benadrukt dat synchronisatie van de aanbevelingen uit de beide studies  belangrijk is. Bij dit onderwerp gaat het niet alleen om de technische voorschriften, maar ook om kwalificaties van bemanningsleden én de manier waarop het aan boord van de schepen is georganiseerd en geautomatiseerd. Een goede aanpak vergt een system beoordeling en een  integrale benadering. Zie hier de documenten van CESNI/PT en CESNI/QP in vier talen:

Naar boven

 

Motoren van vorige fases die al in de handel zijn gebracht (artikelen 9.01 en 9.10)

De werkgroep heeft in juni 2021 op basis van een voorstel van de Belgische delegatie besloten hoofdstuk 9 van ES-TRIN aan te vullen voor wat betreft de reparatie of het onderhoud van motoren. In september en november 2021 heeft de werkgroep de wijzigingsvoorstellen voor de artikelen 9.01 en 9.10 ES-TRIN in detail besproken. Er is tevens aandacht geschonken aan de bijbehorende overgangsbepalingen.

Afbakening nieuw artikel 9.10 ES-TRIN (reparatie van motoren die reeds in gebruik zijn)
Van belang is de afbakening van het nieuwe artikel 9.10 ES-TRIN. De toepassing van dit artikel zal beperkt zijn tot de motoren die na 2003 werden ingebouwd als deze na 2024 gerepareerd worden. Artikel 9.10 ES-TRIN zal niet van toepassing zijn op reeds  aan boord ingebouwde motoren aa) die niet over een typegoedkeuring beschikken of bb) waarvoor geen inbouwkeuring heeft plaatsgevonden. Dit komt erop neer dat artikel 9.10 ES-TRIN uitsluitend van toepassing zal zijn op de reparaties aan de erkende motoren CCR I, CCR II/IIIa, of stage V, waarvoor een minimale technische documentatie vereist is.

Schriftelijke documentatie
De schriftelijke documentatie voor de motoren die voor 1 januari 2024 in gebruik werden genomen kan en zal niet volledig zijn omdat de eerdere reparaties er niet in opgenomen zullen zijn. Er is dan ook op aangedrongen dat in de toelichting bij dit artikel duidelijk moet worden gemaakt dat er geen eis is van volledige documentatie van bestaande motoren.

Bespreking door de werkgroep CESNI/PT
De werkgroep CESNI/PT heeft in februari 2022 gediscussieerd over een bepaald deel van het nieuwe artikel 9.10 ES-TRIN. Dit artikel zal in lijn zijn met deze informatie op de CESNI-website over hoofdstuk 9 ES-TRIN en dan met name artikel 9.01 - Reparatie van een bestaande motor en een vervangingsmotor. Zodra een geconsolideerde versie van het nieuwe artikel 9.10 ES-TRIN beschikbaar is dan delen we dit met u.

Naar boven

 

Overzakbare stuurhuizen (artikel 7.14)

In 2021 is overeenstemming bereikt over een wijziging van artikel 1.01 en een nieuw artikel 7.14 ES-TRIN. Er is op gewezen dat er ook overgangsbepalingen nodig zijn, die opgesteld moeten worden op basis van een impact assessment. Als eerste stap om een dergelijk impact assessment op te stellen heeft het CESNI-secretariaat de mening gevraagd van fabrikanten/leveranciers van stuurhuizen over de ontwerptekst van artikel 7.14 en de eventuele gevolgen voor bestaande stuurhuizen. Helaas heeft dit weinig reacties opgeleverd. Op grond hiervan stelt het CESNI-secretariaat voor om als volgt te werk te gaan:
  • Artikel 7.14 opnemen in de ES-TRIN 2023, maar alleen voor nieuwgebouwde schepen (NVO zonder einddatum).
  • Het overleg met de betrokken ondernemingen, Sea Europe en het IWT-platform voortzetten om precies in kaart te brengen wat de gevolgen zijn van de eisen in artikel 7.14 voor de bestaande schepen en in het licht daarvan een overgangsbepaling voorzien in de ES-TRIN 2025.
Standpunt IWT Platform
We vinden het jammer dat er nauwelijks reacties zijn ontvangen op de uitvraag van het CESNI-secretariaat. Wij hebben de vraag uitgezet bij enkele keuringsinstanties, die veel keuringen verrichten op bestaande schepen. Onze vraag was of een inschatting zou kunnen worden gemaakt van de gevolgen van het nieuwe artikel 7.14 ES-TRIN voor de bestaande vloot. Er waren wel enkele reacties die aanleiding zouden kunnen geven tot een lange overgangstermijn, althans voor sommige delen van het nieuwe artikel 7.14 ES-TRIN. Gelet op: het feit dat het onbekend is wat de technische toestand is van dit soort stuurhuizen op de oudere Europese schepen en de door enkele Nederlandse keuringsinstanties gemaakte opmerkingen, stellen we voor om artikel 7.14 op te nemen in ES-TRIN 2023, maar alleen voor nieuw gebouwde schepen. Uiteraard is het IWT Platform bereid om mee te werken aan het vergaren van meer relevante informatie van de bestaande binnenvaartvloot.

Naar boven

 

Passagiersschepen (Hoofdstuk 19)

Van 2018 tot en met 2021 heeft de werkgroep CESNI/PT/PAX zich bezig gehouden met een herziening van de technische voorschriften voor  passagiersschepen. Deze werkgroep bestond uit vertegenwoordigers van verschillende Europese lidstaten, van klassenbureaus, de scheepsbouwsector en natuurlijk de passagiersvaart zelf (EBU en IG Rivercruise).

Deze werkgroep heeft een groot aantal voorstellen opgesteld voor de verbetering en wijziging van de technische voorschriften voor passagiersschepen en voor gemeenschappelijke interpretaties. Een aantal nog openstaande punten zijn in februari 2022 door de werkgroep CESNI/PT besproken. De onderwerpen waarover in de afgelopen drie jaar consensus is bereikt komen in ES-TRIN 2023. Zodra een geconsolideerde versie van alle wijzigingen beschikbaar is dan delen we deze met u.

Er heeft een uitgebreide discussie plaats gevonden naar aanleiding van een door enkele delegaties ingediend document. In dit document wordt gesteld dat de tenuitvoerlegging van artikel 29 van Richtlijn (EU) 2016/1629 heeft geleid tot de stagnatie van de stand van de techniek voor de betrokken schepen. Enkele delegaties stellen dat dit in de toekomst zal leiden tot een steeds grotere kloof tussen de stand van de techniek die door ES-TRIN wordt voorgeschreven voor nieuw gebouwde schepen, en de stand van de techniek voor de schepen die onder artikel 29 van de richtlijn vallen.

Het IWT Platform is het eens met de Nederlandse delegatie, die stelt dat dat dit een meer overkoepelende discussie over artikel 29 van Richtlijn (EU) 2016/1629 vergt.  De discussie over het ‘Klaarblijkelijk gevaar criterium’ vergt een bredere discussie. Immers is  artikel 29 van Richtlijn (EU) 2016/1629 door lidstaten geïmplementeerd, is er sprake van rechten op grond van Europese regelgeving en staat dit vermeld op de certificaten van de schepen. Dit onderwerp zou kunnen worden meegenomen in de aanstaande evaluatie van Richtlijn (EU) 2016/1629.

Naar boven

 

Meer informatie?

Wilt u meer weten over de bovenstaande onderwerpen of over technische voorschriften in het algemeen? Dan kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., Secretaris Nautiek en Techniek.

Of neem een kijkje in het dossier "Nautiek en Techniek" op onze website.
 
 
 
Twitter - CBRBtweets
LinkedIn - CBRB
YouTube - CBRBnieuws
RSS - CBRBnieuws
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website - CBRB
 
Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart 
Vasteland 78 | 3011 BN  Rotterdam | tel:010-7989800
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. | www.binnenvaart.nl

Niets uit deze nieuwsbrief mag zonder overleg met het CBRB openbaar worden gemaakt.
U kunt hiervoor contact opnemen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Uitschrijven uit de nieuwsbrief.
 Copyright © *|CURRENT_YEAR|*, Alle rechten voorbehouden.

CBRB medewerkers en leden handelen volgens de CBRB Complianceregeling Mededinging.
*|REWARDS|*