Binnenvaartbranchevereniging van Nederland

Dit is de voormalige website van het CBRB

 



27 september 2021 - CBRB speciale nieuwsbrief

Het CBRB is de toonaangevende werkgeversorganisatie voor alle sectoren in de binnenvaart en vervult een strategische rol.

Terugkoppeling CESNI/PT Technische Voorschriften
september 2021

Het is onze missie om proactief betrokken te zijn bij de totstandkoming en wijzigingen van de technische voorschriften voor binnenschepen. We nemen dan ook proactief deel aan de bijeenkomsten van de werkgroep technische voorschriften (CESNI/PT). In deze nieuwsbrief kunt u een terugkoppeling lezen van een selectie van de vele besproken onderwerpen op 21 en 22 september 2021. Dit werk doen we onder de vlag van het Europese Inland Waterway Platform (IWT Platform).
  1. Voorbereiding van het CESNI-werkprogramma 2022-2024
  2. Voorzieningen voor het verzamelen en verwijderen van huishoudelijk afvalwater
  3. Toepassing van overgangsbepalingen van de hoofdstukken 32 en 33 van ES-TRIN
  4. Nuttige informatie op website CESNI
 
Twitter - CBRBtweets
LinkedIn - CBRB
YouTube - CBRBnieuws
RSS - CBRBnieuws
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website - CBRB
 

Voorbereiding van het CESNI-werkprogramma 2022-2024

Het huidige werkprogramma van CESNI loopt eind 2021 af. In de diverse werkgroepen wordt hard gewerkt aan een werkprogramma voor de periode 2022-2024. Ieder onderwerp wat op het werkprogramma wordt geplaatst moet vergezeld gaan van een deugdelijke probleemanalyse. De werkgroep CESNI/PT heeft aan de hand van dit document gediscussieerd over het nieuwe werkprogramma. Besluitvorming over het werkprogramma is uiteindelijk aan het CESNI comité. 

Opstellen van vereisten voor het gebruik van alternatieve brandstoffen door binnenvaartschepen
Het eerste onderwerp op het werkprogramma van CESNI/PT is: opstellen van vereisten voor het gebruik van alternatieve brandstoffen door binnenvaartschepen. Veel van deze werkzaamheden worden verricht door de tijdelijke werkgroep brandstofcellen (CESNI/PT/FC). Deze tijdelijke werkgroep houdt zich onder meer bezig met het opstellen van vereisten voor het gebruik van alternatieve brandstoffen door binnenvaartschepen. Er wordt gewerkt aan een hoofdstuk 30 ES-TRIN met specifieke bepalingen voor vaartuigen met voortstuwings-  of hulpsystemen die brandstoffen gebruiken met een vlampunt van 55°C of lager. Bij de bespreking van het werkprogramma heeft de werkgroep CESNI/PT de volgorde bepaald voor de uitvoering van de werkzaamheden:
  1. opslag van methanol,
  2. opslag van waterstof (vloeibaar en gasvormig),
  3. methanol in interne verbrandingsmotoren,
  4. opslag en gebruik van gecomprimeerd aardgas,
  5. en andere alternatieve brandstoffen.
Human Machine Interface and wheelhouse design
We hebben de werkgroep CESNI/PT herinnerd aan de eerder gepresenteerde resultaten van de eerste fase van het onderzoek naar de menselijke factoren, die aan de basis staan van ongevallen in de binnenvaart. In de eerste fase van het onderzoek is een data- en expertanalyse verricht. Gelet op de uitkomsten van de eerste fase van het onderzoek, is besloten om de tweede en meer verdiepende fase op te splitsen in twee delen:
  1. Fase 2a met een focus op de mens-machine interface in het stuurhuis
  2. en fase 2b met een focus op organisatorische aspecten.
Het onderzoek van fase 2a is in een ver gevorderd stadium. Naar verwachting kan medio oktober een rapport over Human factors root causes of accidents in inland navigation: Human-Machine-Interface and wheelhouse design worden gedeeld. De resultaten van het onderzoek zullen in november aan de werkgroep CESNI/PT worden gepresenteerd. Wij hopen met de studieresultaten een nuttige en onderbouwde bijdrage te kunnen leveren aan de verdere discussie.

Het is een belangrijk onderwerp. Voor de veiligheid aan boord van binnenschepen, maar ook voor het imago van de binnenvaart als veilige vervoersmodaliteit. Bij de besprekingen over nieuwe werkprogramma van CESNI/PT hebben we gevraagd dit onderwerp toe te voegen aan het werkprogramma van CESNI/PT. Naar aanleiding van dit verzoek wordt in het werkprogramma PT 23 opgenomen met de volgende omschrijving: To examine the follow-up of the research work on human factors root causes of accidents in inland navigation: Human Machine Interface and wheelhouse design.

Werkprogramma van CESNI/PT is belangrijke basis werkprogramma NTC
Tot slot: het werkprogramma van CESNI is medebepalend voor het werk wat verricht wordt namens en voor het binnenvaartbedrijfsleven. Het werkprogramma van CESNI/PT vormt dan ook een belangrijke basis voor het werkprogramma van de Nautische en Technische Commissie van het IWT Platform.

Naar boven

 

Voorzieningen voor het verzamelen en verwijderen van huishoudelijk afvalwater

Het gaat hier over het verzamelen en verwijderen van huishoudelijk afvalwater van passagiersschepen en specifiek over een mogelijke herziening van de overgangsbepalingen voor de inbouw van boordzuiveringsinstallaties en verzameltanks voor afvalwater als voorzien in ES-TRIN. Dit naar aanleiding van de wens van harmonisatie van overgangstermijnen in het CDNI en ES-TRIN.

Huidige overgangsbepalingen
De huidige overgangsbepalingen zijn voor de duidelijkheid onderstaande weergegeven (tabellen 2 en 3 uit een Nederlandse studie).
Verschillende opties
Het CESNI-secretariaat heeft een aantal opties uitgewerkt voor de voortzetting van de werkzaamheden op het gebied van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen. Het gaat hierbij vooral om de aanpassing van de overgangsbepalingen in ES-TRIN.
  • Optie A
    ES-TRIN niet wijzigen, totdat er meer duidelijkheid is over de praktische tenuitvoerlegging (hoe en waar), de financiering (direct of indirect) en de beschikbaarheid van verzamelpunten.
  • Optie B
    ES-TRIN aanpassen met een benadering die vergelijkbaar is met wat er gedaan is voor Inland AIS. In ES-TRIN zouden dan alleen de eisen vastgelegd worden die gelden voor de verzameltanks voor afvalwater en voor de boordzuiveringsinstallaties, maar zonder deze voorzieningen verplicht te stellen. In het scheepscertificaat wordt vermeld of het schip met dit soort voorzieningen uitgerust is of niet. Daar staat tegenover dat de verplichting om over een dergelijke voorziening te beschikken, voortvloeit uit de verkeersvoorschriften die gelden voor de desbetreffende vaarwegen (CDNI, politiereglementen…).
  • Optie C
    Inkorten van de termijnen voor de overgangsbepalingen van 2045 tot 2030 voor de passagiersschepen die op de Rijn varen en voor 2006 in bedrijf werden genomen. De algemene uitzondering die voorzien is als er geen “klaarblijkelijk gevaar” is blijft behouden voor passagiersschepen die buiten de Rijn varen en voor 2008 in bedrijf werden genomen.
  • Optie D
    De overgangstermijn vastleggen op 2030 voor alle passagiersschepen waar de verplichting nog niet voor geldt. De lozing van afvalwater wordt gezien als een duidelijk risico voor het milieu en de algemene uitzondering is niet meer van toepassing.
Bespreking door de werkgroep CESNI/PT
Het binnenvaartbedrijfsleven heeft nogmaals de noodzaak van adequate inzamelinfrastructuur benadrukt. Dit is onlosmakelijk verbonden aan een lozingsverbod en verplichting van een verzameltank voor afvalwater aan boord van het schip. ES-TRIN zou alleen moeten omschrijven waar een tank aan moet voldoen, indien deze nodig is om te voldoen aan het lozingsverbod (CDNI). Er zijn ook andere oplossingen denkbaar, zoals een uitzondering voor kleine schepen die geen afvalwater produceren, zoals rondvaartboten. Ook alternatieven zijn denkbaar, zoals droogtoiletten. In beide gevallen zou een verzameltank voor afvalwater niet nodig zijn. De Europese Commissie benadrukt dat financiële middelen ter beschikking worden gesteld voor een adequate inzamelinfrastructuur, onder meer in NAIADES 2 en de nieuwe TEN-T verordening.
 
Voorkeur werkgroep CESNI/PT
Na stemming blijkt dat vrijwel alle delegaties een voorkeur hebben voor optie D: De overgangstermijn zal worden vastgelegd op de eerste verlenging van het certificaat van onderzoek na 2030. Dit geldt voor alle passagiersschepen waar de verplichting nog niet voor geldt. Dit zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan het CESNI comité. Daarnaast heeft de werkgroep gediscussieerd over (1) mogelijke uitzonderingen indien geen vuil water aan boord wordt geproduceerd en (2) uitzonderingen voor toiletten aan boord. Hiervoor zullen, conform de wens van de meeste delegaties, criteria moeten worden vastgelegd. Hoewel CESNI niet bevoegd is betreffende de afvalinzamelinfrastructuur, wordt afgesproken om de bevoegde organen op de hoogte te stellen.

Naar boven

 

Toepassing van de overgangsbepalingen van de hoofdstukken 32 en 33 van ES-TRIN

In het voorjaar van 2021 heeft een digitale consultatie bij het binnenvaartbedrijfsleven plaats gevonden inzake de toepassing van de overgangsbepalingen in de hoofdstukken 32 en 33 van ES-TRIN. Namens het binnenvaartbedrijfsleven is het IWT Platform betrokken bij de werkzaamheden omtrent de gewenste verduidelijking van de overgangsbepalingen in technische voorschriften voor binnenschepen.

Omdat het complexe materie is voor de meeste binnenvaartondernemers hebben we in deze notitie uitleg gegeven. Voor de binnenvaart is dit een belangrijk onderwerp, er zijn namelijk verschillende varianten denkbaar met ieder verschillende consequenties. In de consultatie zijn de verschillende opties voorgelegd.

Verschillende opties
Kort samengevat volgen hier de verschillende opties:
  • Optie 1: na verloop van geldigheid van het certificaat geen recht op overgangsbepalingen.
    Als de geldigheid verstreken is kan bij de afgifte van dit nieuwe certificaat geen beroep meer worden gedaan op de overgangsbepalingen. Het schip wordt beschouwd als een nieuwgebouwd schip.
  • Optie 2: enige flexibiliteit en een jaar extra recht op overgangsbepalingen.
    Wanneer het onderzoek plaatsvindt binnen een jaar na het verstrijken van de geldigheid van het certificaat, mag nog een beroep worden gedaan op de overgangsbepalingen. Wanneer het onderzoek later dan een jaar plaatsvindt kan geen beroep meer worden gedaan op de overgangsbepalingen. Dit is vergelijkbaar met de praktijken voor ADN-schepen.
  • Optie 3: optie 2 plus uitzonderingsmogelijkheid
    Gelijk aan optie 2 met de extra uitzondering: als het onderzoek later dan een jaar plaatsvindt nadat de geldigheid van het scheepscertificaat verstreken is en dit te wijten is aan een gezondheidsprobleem van de scheepseigenaar, of omdat er met betrekking tot het schip een rechtszaak hangende is, kan de Commissie van Deskundigen beslissen om toch toe te staan dat er een beroep wordt gedaan op toepassing van de overgangsbepalingen en het certificaat verlengen.
  • Optie 4: er mag altijd een beroep worden gedaan op de overgangsbepalingen, geen behoefte aan ononderbroken geldigheid van het certificaat.
    Als het certificaat echter verlopen is, moet de omvang van het onderzoek dat verricht wordt, worden afgestemd op de tijd dat het schip niet gevaren heeft.
  • Optie 5: optie 2 + flexibiliteit bij bijzondere omstandigheden
    Deze optie - die overeenkomt met wat gebruikelijk is bij de classificatiebureaus - zal meer flexibiliteit mogelijk maken om een schip voor een maximale duur van vijf jaar stil te leggen, maar onder strikte voorwaarden. Er wordt voor het schip een zogenoemd “stilleggingscertificaat” afgegeven.
Bespreking in de werkgroep CESNI/PT
Het binnenvaartbedrijfsleven heeft herhaald dat de uitkomst van een eerdere consultatie het volgende beeld geeft:
  • niemand gaf de voorkeur aan optie 1
  • De meesten gaven de voorkeur aan optie 2, direct gevolgd door optie 5 en vervolgens de opties 4 en 3.
Duidelijk is dat in elk geval meer flexibiliteit gewenst is dan optie 1. De discussie in de werkgroep ging vooral over de opties 2, 4 en 5. De Duitse delegatie heeft nog een zesde optie toegevoegd die gelijk is aan optie 2 met een gedoogperiode van vijf jaar (in plaats van een jaar) voor drijvende werktuigen en pleziervaartuigen. De werkgroep heeft gediscussieerd over een mogelijk onderscheid tussen bedrijfsmatige en recreatieve inzet van een vaartuig. Hier is geen consensus over. De Belgische delegatie zal een document indienen waarin de praktische uitvoering van optie 4 wordt beschreven. Het CESNI-secretariaat is gevraagd dit te doen voor optie 2. Aan de hand van deze documenten zal de discussie in november worden voortgezet.

Naar boven

 

Nuttige informatie op website CESNI

Op deze website van CESNI kunt u nuttige informatie vinden, zoals lijsten van bevoegde autoriteiten, erkende bedrijven alsook goedgekeurde apparatuur en uitrustingen op het gebied van de technische voorschriften voor binnenschepen. U vindt informatie over de volgende apparatuur en uitrusting:
  • Navigatieradarinstallatie
  • Bochtaanwijzer
  • Inland AIS-apparaat
  • Tachograaf
  • Inland ECDIS-apparaat
  • Motor
  • Boordzuiveringsinstallatie
  • Bijboot
Of neem een kijkje voor meer informatie in het dossier "Nautiek en Techniek" op de website van het CBRB.

Beschikbaar stellen van informatie over motoren met typegoedkeuring
Tijdens de CESNI-PT vergadering in juni 2021 hebben de sector en klassenbureaus hun zorgen kenbaar gemaakt over de beschikbaarheid van Stage V-motoren met grotere vermogens voor de binnenvaart. Nieuwbouw van binnenvaartschepen en vervanging van bestaande motoren kunnen vertraging ondervinden als er geen voortstuwingsmotoren met grotere vermogens met Stage V typekeur leverbaar zijn. Sinds de vorige update in juni 2021 zijn er 3 nieuwe motorfabrikanten met Stage V typekeur bijgekomen en zijn meerdere motortypes van reeds vermelde fabrikanten beschikbaar gekomen. Inmiddels zijn er ook voortstuwingsmotoren met grote vermogens met een Stage V typekeur leverbaar.

Beschikbare Stage V-motoren voor de binnenvaart
Hier vindt u een bijgewerkte overzichtstabel van motorfabrikanten die type goedgekeurde motoren voor de binnenvaart kunnen leveren overeenkomstig de Stage V-emissiegrenswaarden van de NRMM-richtlijn. De lijst is gebaseerd op de gegevens die beschikbaar zijn gesteld. Op de lijst staan inmiddels motoren van zeventien fabrikanten.

Naar boven

 

Meer informatie?

Wilt u meer weten over de bovenstaande onderwerpen of over technische voorschriften in het algemeen? Dan kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., Secretaris Nautiek en Techniek

Of neem een kijkje in het dossier "Nautiek en Techniek" op onze website.
 
 
 
 
Twitter - CBRBtweets
LinkedIn - CBRB
YouTube - CBRBnieuws
RSS - CBRBnieuws
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website - CBRB
 
Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart 
Vasteland 78 | 3011 BN  Rotterdam | tel:010-7989800
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. | www.binnenvaart.nl

Niets uit deze nieuwsbrief mag zonder overleg met het CBRB openbaar worden gemaakt.
U kunt hiervoor contact opnemen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 Copyright © 2021, Alle rechten voorbehouden.

CBRB medewerkers en leden handelen volgens de CBRB Complianceregeling Mededinging.
Email Marketing Powered by Mailchimp