Coronadossier personenvervoer

Maandag 23 maart heeft het kabinet aanvullende maatregelen genomen in de aanpak van het coronavirus. Daardoor is onderstaande artikel achterhaald geraakt, raadpleeg de andere berichten binnen de rubriek Personenvervoer en het Coronavirus voor actuele informatie.


Binnen de ledengroep Personenvervoer spelen totaal andere issues, dan binnen de andere ledengroepen van het CBRB. De schade in dit segment is bovendien catastrofaal groot. Het CBRB heeft enkele vragen ontvangen over annuleringen, omboekingen, kan een feest nog doorgaan of mag een as verstrooiing plaatsvinden. In dit bericht proberen we algemene antwoorden te verschaffen aan rederijen binnen dit segment.
 
Er mogen geen bijeenkomsten worden gehouden die groter zijn dan 100 gasten. Daarnaast wordt er door de overheid en het RIVM geadviseerd om minimaal 1,5 meter afstand van elkaar te houden.
 
Binnen het CBRB en de ledengroep Personenvervoer geldt het uitgangspunt dat de passagiersrederijen geen horecabedrijven zijn, maar vervoerder. Horeca is slechts een onderdeel van de vervoersprestatie (de vaartocht) die u aanbiedt.
 
Het is daarom toegestaan om rondvaarten te maken tot maximaal 100 personen inclusief medewerkers, maar de vraag is of u die verantwoordelijkheid wilt nemen als bedrijf. Diverse rederijen hebben al besloten niet meer te varen en ook de Efteling is bijvoorbeeld dicht. De 1,5 meter afstand is waarschijnlijk ook lastig te handhaven aan boord van de schepen.
 
De vraag is hoeveel gasten er bij een event worden verwacht. Zijn dat er meer dan 100 (inclusief het varend en bedienend personeel) kan de event klant zich beroepen op overmacht en gratis annuleren, nu in ieder geval tot 6 april. Dat zegt ook de jurist van één van de CBRB-leden. Later zal jurisprudentie moeten uitwijzen hoe er specifiek mee wordt omgegaan. Andere vraag is of u als rederij wel wilt varen en horeca wilt leveren. U als rederij kunt zich immers ook beroepen op overmacht.
 
Een begrafenis mag tot 30 personen doorgaan. Voor het CBRB is het niet goed te achterhalen of een as verstrooiing een begrafenis is. Die zou wellicht ook later kunnen plaatsvinden. Dus ook in dit geval ligt de beslissing echt bij de rederij/ondernemer zelf of die de verantwoordelijkheid wil nemen. Immers zijn ook sportscholen etc. gesloten.
 
In ieder geval moet heel duidelijk worden gemaakt bij doorgang van de activiteiten, dat alle maatregelen die het RIVM aan burgers heeft opgelegd van kracht zijn. Dus als iemand last heeft van verkoudheidsklachten dient diegene thuis te blijven. 1,5 meter afstand te houden etc.

Aanvullende maatregelen Corona virus

De ondernemingen binnen de CBRB ledengroep Personenvervoer liggen nagenoeg stil als gevolg van de RIVM-maatregelen die getroffen zijn om de verspreiding van het Corona-virus onder controle te krijgen. Maandag 23 maart jl. heeft het Kabinet aanvullende maatregelen genomen in de aanpak van het Corona-virus en deze tijdens een persconferentie bekend gemaakt.
Aanvullend op het eerder gepubliceerde bericht in het Corona-dossier Personenvervoer melden wij u het volgende;

  • Alle bijeenkomsten en evenementen worden verboden tot 1 juni 2020
  • Het is niet meer mogelijk om mensen in georganiseerde groepen te ontvangen tot 1 juni 2020
  • Winkels en het openbaar vervoer worden verplicht om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat mensen 1,5 m afstand houden, bijvoorbeeld via een deurbeleid.

 
Naast de bovenstaande maatregelen blijven de eerder afgekondigde maatregelen van kracht.

Duidelijkheid over de genomen maatregelen omtrent evenementen

Het kabinet heeft op 31 maart 2020 besloten dat alle coronamaatregelen in Nederland worden verlengd tot en met dinsdag 28 april 2020. In de week vóór 28 april 2020 beoordeelt het kabinet wat er voor de periode daarna nodig is.

 

Onduidelijkheid maatregelen

Binnen de CBRB Ledengroep Personenvervoer is er onduidelijkheid ontstaan over de toepasbaarheid van deze maatregelen. Een brief die minister Hugo de Jonge aan de Tweede Kamer heeft verstuurd met als titel ‘COVID-19 – Update stand van zaken’ schept gelukkig duidelijkheid.
 

Alle overige samenkomsten worden verboden tot 28 april 2020

Op pagina 2 staat het volgende over Evenementen beschreven:
Alle vergunningsplichtige en meldingsplichtige evenementen worden verboden tot 1 juni 2020. Dus ook de evenementen met minder dan 100 mensen. Alle overige samenkomsten worden verboden tot 28 april 2020, tenzij:

  1. De samenkomst nodig is voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en overige organisaties, onder de voorwaarde dat het gaat om ten hoogste 100 personen en dat alle aanwezigen tenminste 1,5 meter afstand houden tot elkaar;
  2. De samenkomst wettelijk verplicht is, zoals vergaderingen van gemeenteraden, onder de voorwaarde dat het gaat om ten hoogste 100 personen en dat alle aanwezigen tenminste 1,5 meter afstand houden tot elkaar, alsook vergaderingen van de Staten-Generaal waarbij aanwezigen tenminste 1,5 meter afstand houden tot elkaar;
  3. De samenkomst religieus of levensbeschouwelijk van aard is, onder de voorwaarde dat het gaat om ten hoogste 30 personen en dat alle aanwezigen tenminste 1,5 meter afstand houden tot elkaar;
  4. Het uitvaarten of huwelijksvoltrekkingen betreft, onder de voorwaarde dat het gaat om ten hoogste 30 personen en dat alle aanwezigen tenminste 1,5 meter afstand houden tot elkaar.

 
De activiteiten die aan boord van de schepen van de Ledengroep Personenvervoer worden ontplooid, vallen niet onder de vergunningsplichtige en meldingsplichtige evenementen en daarom vallen zij onder de ‘overige samenkomsten’. Deze zijn verboden tot 28 april 2020.
 
Dat is in feite het hele maatregelenpakket met uitzondering van de vergunningsplichtige en meldingsplichte evenementen, die al tot 1 juni verboden zijn.
 
Bij de ‘Veelgestelde vragen over maatregelen en handhaving’ op de website van de Rijksoverheid, staat onder meer een verklaring waarom besloten is alle vergunningsplichtige en meldingsplichtige evenementen te verbieden. “De keuze is gemaakt vanwege organisatorische gronden zoals voorbereidingswerkzaamheden die nu plaatsvinden en waarbij een groot aantal personen betrokken is. Zoals Koningsdag-activiteiten.”
 

Kosteloos annuleren

De verspreiding van het coronavirus én de verschillende afgekondigde maatregelen leiden tot een gerechtvaardigd beroep op overmacht. De klant heeft immers geen andere keuze (meer) dan te annuleren. Dit is in ieder geval nu tot 28 april.

TOGS regeling SBI code 50.30 Binnenvaart vestigingsvereiste niet van toepassing

Eerder informeerden we u al middels dit bericht dat de SBI-code 50.30 – Binnenvaart (passagiersvaart en veerdiensten) is toegevoegd aan de regeling Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS). Echter was er nog geen duidelijkheid verkregen over het wel of niet van toepassing zijn van het vestigingsvereiste. Op 16 april is een aangepaste beleidsregel TOGS gepubliceerd, waarin vermeld staat dat het vestigingsvereiste niet geldt voor ambulante ondernemingen, waaronder SBI-code 50.30 ook valt.

De toelichting op de uitzondering op de eis van vestiging met een ander adres van het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de onderneming in de Staatscourant benoemt expliciet binnenvaartdienstverleners (passagiersvaart en veerdiensten) als sector met ambulante bedrijfsmiddelen die voor hoge vaste kosten zorgen. Het betreft bedrijfsmiddelen die cruciaal zijn voor de bedrijfsvoering, in dit geval de schepen. Voor deze ambulante ondernemingen geldt in het geheel de genoemde vestigingseis niet, aangezien het evident is dat deze sectoren hoge vaste lasten hebben.

Verlenging van getroffen maatregelen voor bestrijding Coronavirus

De schepen van de ondernemingen binnen de CBRB Ledengroep Personenvervoer liggen stil als gevolg van de RIVM-maatregelen die getroffen zijn om de verspreiding van het Corona-virus onder controle te krijgen. Tijdens de persconferentie op dinsdag 21 april jl. is bekend gemaakt dat de eerder genomen maatregelen verlengd zullen worden tot en met 19 mei a.s.
Verder is bekendgemaakt dat evenementen met een melding of vergunningsplicht worden uitgesteld tot 1 september.
In de week vóór 19 mei zal het Kabinet opnieuw beoordelen welk beleid er na 19 mei a.s. gevoerd zal worden.

Het gevolg van deze bekendmaking is dat voor veel bedrijven de mogelijkheid tot herstart van activiteiten is opgeschort, in ieder geval tot en met 19 mei a.s.

Hier leest u het nieuwsbericht over de verlenging van de corona maatregelen dat bekend werd gemaakt op de persconferentie van dinsdag 21 april jl.

CBRB en BLN vragen noodfonds aan voor de passagiersvaart

Noodfonds noodzakelijk voor zwaar getroffen passagiersvaart

Op 7 mei jl. hebben het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) en Koninklijke BLN-Schuttevaer (BLN) het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in een brief gevraagd om een noodfonds voor de passagiersvaart, die zeer zwaar is getroffen door de coronacrisis. Helaas zijn de eerste faillissementen al te melden in deze sector en er zullen nog meer meldingen volgen.
 

Als gevolg van de getroffen maatregelen om de verspreiding van het COVID-19 virus te beperken ligt de passagiersvaart stil sinds 16 maart jl. De COVID-19 uitbraak kwam op het slechts denkbare moment voor de passagiersvaartsector, net na de start van het seizoen voor deze sector. Met de verwachte aanpak en de handhaving van een 1,5m samenleving heeft deze groep ondernemers niet of nauwelijks mogelijkheden tot het exploiteren van hun onderneming. En lijkt dit seizoen als verloren te kunnen worden beschouwd. De ondernemers uit de passagiersvaartsector maken dankbaar gebruik van de generieke maatregelen die geboden worden door de overheid. Deze maatregelen bieden ondersteuning bij de eerste noden maar zullen op de langere termijn helaas niet toereikend zijn.

Omzetschade en faillissementen tegengaan met noodfonds

De binnenvaartbrancheorganisaties verzoeken de minister daarom om een noodfonds op te richten voor de passagiersvaart. Alleen zo kan de omzetschade opgevangen worden en voorkomen worden dat er dit jaar, maar vanwege het na-ijleffect ook het volgende jaar nog, vele ondernemers in een faillissement terecht zullen komen en mensen hun baan zullen verliezen. De eerste faillissementen in deze sector zijn al een feit. Kenmerkend voor de seizoen gerelateerde bedrijven uit de passagiersvaartsector is dat het overgrote deel van de omzet behaald wordt tijdens het vaarseizoen in de maanden maart tot en met oktober. Tijdens de wintermaanden investeert men in de vloot om deze gereed te maken voor het nieuwe vaarseizoen.

Alleen met een noodfonds kunnen deze ondernemers overleven, zich voorbereiden op het nieuwe vaarseizoen en kunnen schepen behouden blijven. Ook moeten de bestaande generieke maatregelen doorlopen, zolang de maatregel tot het 1,5m afstand houden blijft gelden. Het is niet of nauwelijks haalbaar om de schepen te exploiteren zolang de 1,5m afstandseis gehandhaafd wordt. Daarnaast moeten de bestaande maatregelen, zoals de NOW-regeling, beter bereikbaar worden gemaakt voor kleine ondernemers en seizoen gerelateerde ondernemingen.

Alleen in uitzonderingsgevallen willen banken bijspringen

In de brief aan de minister wordt ook toegelicht dat de kredietverlening van de banken voor veel ondernemers niet werkt. Banken lijken slechts in uitzonderingsgevallen te willen bijspringen. Sinds de vorige financiële crisis lijken veel banken de interesse in de passagiersvloot verloren te hebben (als een te marginale sector). Het ministerie zegt beperkt invloed uit te kunnen oefenen op banken die een eigen beoordelingsvrijheid hebben. De gebrekkige toegang tot krediet maakt een noodfonds noodzakelijk voor de zwaar getroffen passagiersvaart.

Belangenbehartiging passagiersvaart

Het CBRB en BLN behartigen ook de belangen van ondernemers die actief zijn in de dagpassagiersvaart, riviercruiserederijen en veerdiensten. Deze sector vertegenwoordigt een totale vloot van ruim 700 schepen. Naast het CBRB en BLN zijn ondernemers uit de passagiersvaartsector ook aangesloten bij brancheorganisaties zoals de BBZ, Koninklijke Horeca Nederland en Hiswa- Recron. Waar mogelijk zoekt het CBRB en BLN de samenwerking op en zetten zij zich samen in om de passagiersvaart te kunnen behouden.

Informatie over het opstellen van een 1,5m protocol of handreiking voor de passagiersvaart

Een protocol of handreiking bevat de praktische invulling van de RIVM-richtlijnen voor ondernemers, medewerkers, bezoekers en klanten in een bepaalde sector of branche. Het doel van een protocol is het verlagen van het risico tot de verspreiding van het COVID-19 virus en het verhogen van de veiligheid aan boord van schepen voor zowel de bemanning als de gasten aan boord.
Belangrijk om te weten is dat de overheid geen formele goed- of afkeuring geeft op de ingediende protocollen maar dat de overheid deze beschouwt als een afspraak tussen de sector en/of branche en de aangesloten bedrijven en organisaties.
Een protocol of handreiking wordt zonder verplichting, dus op een vrijwillige basis opgesteld en heeft geen juridische status. Dat wil zeggen dat een protocol of handreiking geen wettelijke basis of rechtsgevolgen heeft. Ze geven echter wel invulling aan de richtlijnen en maatregelen rondom COVID-19 die zijn afgegeven door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de noodverordeningen van de veiligheidsregio’s. Indien de aanwijzingen van de minister van VWS en de noodverordeningen niet worden opgevolgd, kan er gehandhaafd worden door de politie, bijzondere opsporingsambtenaren van de gemeente (BOA’s) en toezichthouders. Een protocol is een vorm van zelfregulering.
 

Aan welke eisen moet een protocol of handreiking voldoen?

De overheid stelt de volgende eisen waaraan een protocol moet voldoen. Er dient voldoende aandacht besteed te zijn aan:
 

  • RIVM-richtlijnen:
    1. 1,5m afstand tussen mensen
    2. Bescherming
    3. Aangescherpte hygiëne maatregelen
  • Naleving van de maatregelen door de betrokkenen, dus zowel door bemanning als de gasten.
  • Alle facetten/ruimtes van bedrijven.
  • Externe effecten zoals het vervoer van mensen en de drukte voor de deur.
  • Volledige en duidelijke communicatie naar stakeholders via toegankelijke tekst en/of beeld
  • Uitvoerbaarheid; is het protocol voldoende operationeel gemaakt?
  • Totstandkoming van het protocol; welke partijen zijn betrokken bij de ontwikkeling van het protocol?

 

Praktische tips voor de invulling van een protocol of handreiking

Bij de uitwerking van de bovenstaande punten is het van belang om situaties te voorkomen waardoor het risico op besmetting met COVID-19 zoveel mogelijk wordt verlaagd. Afvaartlocaties, rederijen en schepen zijn verschillend. Daarom kunnen wij u alleen de informatie verstrekken waarmee u voor uw eigen vloot een protocol of handreiking kunt opstellen. De algemene basisregels kunt u verwerken onder het kopje ‘RIVM-richtlijnen’. Om uzelf en uw gasten te beschermen dient u 1,5m afstand te bewaren. De 1,5m afstandseis heeft gevolgen voor de inrichting van de verkooppunten van de tickets, de op- en afstaplocatie, en uw schip. Daar zijn mogelijk technische aanpassingen voor nodig zoals afschermingen, afzettingen en markeringen.
De hygiënemaatregelen moeten worden aangescherpt. Dit kunt u realiseren door bijvoorbeeld het invoeren van extra schoonmaakrondes, contactloos betalen en het aanbieden van extra desinfectie punten. De maatregelen moeten worden nageleefd door de bemanning en alle opvarenden. De naleving van de maatregelen kunt u stimuleren door de maatregelen en instructies duidelijk zichtbaar te communiceren via tekst en beeld. Hiervoor kunt u bijvoorbeeld denken aan de inzet van posters, flyers en beeldschermen.
De uitgewerkte maatregelen vormen uw protocol of handreiking waarmee u zorgdraagt voor een veilige en verantwoordelijke uitvoering van uw activiteiten.
 

Wat zijn de gevolgen van de vernieuwde maatregelen?

Wij krijgen veel vragen van leden over wat de vernieuwde maatregelen, die op 6 mei aangekondigd zijn, voor hen betekenen.
De volgende elementen zijn daarbij onder meer relevant: 

  • De passagiersvaart is actief op het raakvlak van vervoer – OV – toerisme – recreatie – horeca. 
  • De passagiersvaart is in beginsel een “open” sector. Dat wil zeggen dat deze sector niet dicht moest als gevolg van een kabinetsbesluit, maar eenvoudigweg stilgevallen is omdat de markt in één klap opdroogde. Dat betekent dat er nu ook geen overheidsbesluit benodigd is om de sector weer open te laten gaan.
  • De horeca is daarentegen een “gesloten” sector; deze sector is wél van overheidswege stilgelegd, en mag per 1 juni als gevolg van een nieuw kabinetsbesluit onder strikte voorwaarden weer opgestart worden.
  • Het overheidsdevies is veranderd van “blijf thuis” naar “vermijd drukte”. 
  • Definitie van “samenkomsten”. De activiteit waarbij individuele personen dan wel gezinnen een individueel ticket kopen voor een rondvaart / vaartocht / veerdienstovertocht valt niet onder de noemer “samenkomsten” (die vooralsnog verboden zijn). De activiteit waarbij een persoon / bedrijf een (niet-vergunningsplichtig) evenement organiseert op een schip waarvoor een groep mensen wordt uitgenodigd is wél te kwalificeren als “samenkomst”. Het “georganiseerde karakter” is hierbij een belangrijk criterium.

Omdat het personenvervoer over water actief is op het raakvlak van verschillende sectoren zijn er helaas weinig eenduidige conclusies te trekken. Wij zijn daarom intensief in overleg met andere brancheorganisaties, overheden en VNO-NCW over de interpretatie van de verschillende maatregelen en de vertaling daarvan naar het personenvervoer over water.
 

De volgende punten zijn inmiddels duidelijk:

  • Het vervoer van personen als zodanig was / is niet verboden en mag gewoon (blijven) plaatsvinden. De activiteit waarbij individuele personen dan wel gezinnen een individueel ticket kopen voor een rondvaart / vaartocht / veerdienstovertocht valt niet onder de noemer “samenkomsten” en is derhalve niet verboden. Er geldt dan ook geen maximumaantal personen. Uiteraard geldt wél de 1,5 m afstandseis en de overige algemene maatregelen. 
  • Het evenementensegment, dus waarbij een persoon / bedrijf een bijeenkomst organiseert op een schip, is wél te kwalificeren als “samenkomst”. Deze activiteit is vooralsnog niet toegestaan.
  • De horeca mag vanaf 1 juni weer open tot 30 personen, en vanaf 1 juli tot 100 personen. Dit betekent dat het verzorgen van horeca, waarbij aan tafel bediend wordt, tijdens vaartochten tot 1 juni niet toegestaan is. Vanaf 1 juni respectievelijk 1 juli mag dit wel, mits beperkt tot 30 respectievelijk 100 personen. 
  • Het opstellen van een protocol is niet verplicht en heeft geen juridische status. Hierover informeren wij u elders in dit dossier.


De volgende punten zijn helaas nog onduidelijk:

  • Horeca is tot 1 juni verboden, maar afhalen van bestellingen van eet- en drinkgelegenheden is wél toegestaan (uiteraard met inachtneming van de RIVM-maatregelen). Wat zijn hiervoor de precieze voorschriften? Is het bestellen van eten en drankjes aan boord van een schip waarbij men het bestelde zelf aan de bar moet ophalen - en het dus niet aan tafel gebracht wordt - daarmee wél toegestaan? 
  • Wanneer het evenementensegment in de passagiersvaart, waarbij immers sprake is van “samenkomsten”, al dan niet in samenhang met de versoepelingen in de horeca of andere sectoren, weer wordt toegestaan is nog onbekend.
  • In de horeca geldt, dat er vanaf 1 juni gereserveerd moet worden / op terrassen moet men aan een tafeltje zitten / er moet triage plaatsvinden. Gelden deze voorwaarden ook voor de horeca-activiteiten in de passagiersvaart (waar behalve één of meerdere binnendekken ook vaak een buitendek is hetgeen te vergelijken is met een terras)? 
  • In het OV wordt geaccepteerd dat 1,5 meter afstand niet altijd haalbaar zal zijn en daarom moeten vanaf 1 juni in het OV mondkapjes gedragen worden. Is er een mogelijkheid om de 1,5 meter afstandseis daar waar dat écht niet gaat los te laten onder verplichting van het dragen van een mondkapje? De rederijen hebben echt zoveel mogelijk capaciteit nodig om nog enigszins rendabel te kunnen exploiteren zolang de maatregelen blijven gelden.

Inmiddels is bekend dat er een nieuwe noodverordening komt die meer duidelijkheid voor de horeca moet verschaffen. Zodra die beschikbaar is, hopen wij de bovenstaande vragen eenduidig te kunnen beantwoorden.

COVID-19 richtlijn voor dagpassagiersvaart

Een protocol of handreiking bevat de praktische invulling van de RIVM-richtlijnen voor ondernemers, medewerkers, bezoekers en klanten in een bepaalde sector of branche. Het doel van een protocol of richtlijn is het verlagen van het verspreidingsrisico van het COVID-19 virus en het verhogen van de veiligheid aan boord van schepen voor zowel de bemanning als de gasten aan boord.

Als vervolg op het artikel informatie over het opstellen van een 1,5 meter protocol of handreiking voor de passagiersvaart heeft het CBRB een COVID-19 richtlijn voor de dagpassagiersvaart opgesteld en beschikbaar gesteld aan de leden van het CBRB en BLN-Schuttevaer.
 

Herziene COVID-19 richtlijn voor dagpassagiersvaart

Inmiddels hebben wij de COVID-19 richtlijn van de dagpassagiersvaart aangepast en uitgebreid met een werkwijze waarop u eerste hulp kunt verlenen tijdens de Corona periode. Deze vernieuwde versie is conform de noodverordening die geldt van 1 juli jl. De COVID-19 richtlijn voor de dagpassagiersvaart kunt u via deze link downloaden.

 

COVID-19 richtlijn voor de dagpassagiersvaart ingediend

Zoals wij u al eerder hebben gemeld, geeft de overheid of Veiligheidsberaad geen formele goed- of afkeuring op de ingediende 1,5 meter protocollen of richtlijnen.
Een protocol of handreiking wordt zonder verplichting, dus op een vrijwillige basis opgesteld en heeft geen juridische status. Dat wil zeggen dat een protocol of handreiking geen wettelijke basis of rechtsgevolgen heeft. Desondanks heeft het CBRB de vernieuwde COVID-19 richtlijn voor de (dag)passagiersvaart ingediend bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Veiligheidsberaad zodat deze partijen op de hoogte zijn van dit document en de werkwijze.

Noodverordening versie 1 juli 2020 – wat betekent dit voor de passagiersvaartsector?

Een noodverordening helpt bij de uitvoering van het kabinetsbeleid ter voorkoming van verdere verspreiding van COVID- 19. Om zo eenduidig mogelijk te werk te gaan, met oog voor regionale verschillen, is er één landelijk model voor een noodverordening die alle 25 veiligheidsregio’s in Nederland kunnen toepassen. Naar aanleiding van de persconferentie op 24 juni jl. is op 1 jl. is de vernieuwde (model-) noodverordening verschenen.
Kort daarna hebben de leden van de Ledengroep Personenvervoer een bericht ontvangen met de uitgebreide toelichting op de noodverordening en de betekenis ervan voor de passagiersvaartsector.

Hieronder volgt een korte samenvatting van de toelichting op de noodverordening;

Samenkomsten aan boord van schepen zijn toegestaan onder de voorwaarden;

  • Passagiersstromen moeten gereguleerd en gescheiden worden door bijvoorbeeld het faciliteren van looproutes en vaste in- en uitgangen.
  • Hygiëne maatregelen.
  • Hanteren van de 1,5 meter afstandseis.
  • Het toewijzen van een vaste zitplaats in binnenlocaties.
  • Ontvangt u meer dan 100 passagiers per zelfstandige ruimte (per salon of per dek)? Dan geldt hiervoor een reserveringsplicht en verificatie van de gezondheid van uw gasten.
  • Ontvangt u meer dan 250 passagiers in de open lucht (op de buitendekken)? Dan geldt hiervoor een reserveringplicht, verificatie van de gezondheid van uw gasten en het verwijzen naar een vaste zitplaats.
  • Op de buitendekken is de 1,5 meter afstandseis niet van toepassing indien u gebruikt maakt van de ‘kuchschermen’.

 
Veerdiensten worden niet gehouden aan de 1,5 meter afstandseis. Daarvoor geldt de verplichting tot het dragen van een niet-medisch mondkapje voor passagiers ouder dan 13 jaar.

Wij hebben een verzoek ingediend bij de overheid en de Veiligheidsberaad om de noodverordening aan te laten passen zodat de ondernemer met overige type vaartuigen de mogelijkheid krijgt zelf een keuze te maken voor het hanteren van de 1,5 meter afstandseis óf het verplicht stellen van het dragen van een niet-medisch mondkapje. Wij zullen u informeren zodra wij antwoord op het verzoek hebben ontvangen.

Terugkoppeling verzoek tot aanpassing noodverordening: niet-medische mondkapjes of hanteren 1,5 m afstandseis

Een aantal weken geleden hebben wij een verzoek ingediend bij diverse ministeries tot het aanpassen van de huidige noodverordening. Momenteel biedt het basismodel noodverordening geen keuze tot het loslaten van de 1,5 meter afstandseis door het dragen van een niet-medisch mondkapje op andere type vaartuigen dan de veerdiensten. Aan boord van riviercruiseschepen en (dag)passagiersvaartschepen blijft de 1,5 meter afstandseis gelden.
 
Het verzoek dat ingediend is vraagt om een aanpassing op de noodverordening waardoor er de keuzemogelijkheid zou ontstaan tot het dragen van een niet-medisch mondkapje óf het hanteren van de 1,5 meter afstandseis aan boord van schepen.Inmiddels heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een inhoudelijke reactie gegeven op het verzoek, dat luidt als volgt;
 
“Je wens om tot aanpassing van de noodverordening te komen kan ik begrijpen. Dat zou dan door ons moeten worden aangekaart in het interdepartementaal directeurenoverleg. Een eerste rondgang langs de betrokken personen moet echter tot de conclusie leiden dat daar op dit moment geen draagvlak voor is. Ik kan je daarmee dus helaas niet helpen.”
 
Helaas is dit voor een aantal ondernemers van de Ledengroep Personenvervoer, die hadden gehoopt op de mogelijkheid tot het laten dragen van een niet-medisch mondkapje, geen positief bericht.
We gaan nu bekijken welke vervolgstappen wij op dit punt nog kunnen zetten.

 

Noodverordening versie 10 augustus 2020 – wat betekent dit voor de passagiersvaartsector?

Een noodverordening helpt bij de uitvoering van het kabinetsbeleid ter voorkoming van verdere verspreiding van COVID- 19. Om zo eenduidig mogelijk te werk te gaan, met oog voor regionale verschillen, is er één landelijk model voor een noodverordening die alle 25 veiligheidsregio’s in Nederland kunnen toepassen. Naar aanleiding van de persconferentie op 6 augustus jl. is op 10 augustus jl. de vernieuwde (model-) noodverordening verschenen.
Kort daarna hebben de leden van de Ledengroep Personenvervoer een bericht ontvangen met de toelichting op de noodverordening en de betekenis ervan voor de passagiersvaartsector.
 
Hieronder volgt een korte samenvatting van de toelichting op de noodverordening;
 
Samenkomsten aan boord van schepen zijn toegestaan onder de voorwaarden;
  • Passagiersstromen moeten gereguleerd en gescheiden worden door bijvoorbeeld het faciliteren van looproutes en vaste in- en uitgangen.
  • Hygiëne maatregelen.
  • Hanteren van de 1,5 meter afstandseis.
  • Het toewijzen van een vaste zitplaats in binnenlocaties.
  • Ontvangt u meer dan 100 passagiers per zelfstandige ruimte (per salon of per dek)? Dan geldt hiervoor een reserveringsplicht en verificatie van de gezondheid van uw gasten.
  • Ontvangt u meer dan 250 passagiers in de open lucht (op de buitendekken)? Dan geldt hiervoor een reserveringplicht, verificatie van de gezondheid van uw gasten en het verwijzen naar een vaste zitplaats.
  • Passagiersschepen die horeca activiteiten aanbieden worden verplicht op contactgegevens te noteren van de gasten ten behoeve van een eventueel bron- en contactbezoek van de GGD.
  • Op de buitendekken is de 1,5 meter afstandseis niet van toepassing indien u gebruikt maakt van de ‘kuchschermen’.

Minister Van Nieuwenhuizen in gesprek met de passagiersvaartsector over ‘reizen in COVID-19 tijdperk’

Op verzoek van minister Cora van Nieuwenhuizen van het ministerie Infrastructuur en Waterstaat heeft op dinsdag 27 oktober jl. een online vergadering plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de passagiersvaarsector om inzicht te krijgen in de reisbewegingen die de passagiersvaartsector, met name de cruisemarkt, maakt.

De aanleiding voor dit gesprek was de constatering dat er bedrijven in de reisbranche actief zijn die reizen en vakanties naar ‘oranje’ gebieden blijven aanbieden en dit op ongewenste wijze (met stuntprijzen en grote kortingen) actief promoten. Dit gaat tegen het beleid van de overheid is en leidt tot niet-noodzakelijk reizen naar ‘oranje’ gebieden.

Minister Van Nieuwenhuizen bleek goed op de hoogte dat de ondernemers uit de passagiersvaartsector zich niet schuldig maken aan dit soort acties en juist verantwoordelijkheid nemen door het werken volgens de protocollen. Daarom bood de minister tijdens het gesprek veel ruimte aan de deelnemers om te vertellen hoe zij de afgelopen periode beleefd hebben en werd de gelegenheid geboden om vragen aan haar te stellen.

Namens CBRB Ledengroep Personenvervoer waren Maira van Helvoirt, Lotte Janssen – Verschoor, voorzitter Peter Wagemakers en Nico Arnts aanwezig. Met elkaar hebben wij een goed beeld kunnen schetsen wat de gevolgen van COVID-19 zijn voor de passagiersvaartsector en hebben wij de praktijkervaringen vanaf maart tot heden met haar gedeeld. Wij hebben gepleit voor financiële ondersteuning door de overheid voor een langere periode. De steunmaatregelen, met name de TVL-regeling, moet toegankelijk gemaakt worden voor seizoen gerelateerde ondernemingen. De huidige TVL-regeling sluit onvoldoende aan en daardoor kan men niet optimaal gebruik maken van de regeling. De minister kon hier niet inhoudelijk op reageren, maar heeft wel aangegeven dat er op korte termijn nieuws vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar buiten gebracht zal worden over de TVL-regeling.

Naast de financiële aspecten hebben wij ook het belang benoemd van de uniformering van 1,5 meter protocollen op nationaal- en internationaal niveau. De minister wees erop dat aan de richtlijnen geen juridische status wordt verleend maar erkende ook dat de verschillende zienswijze van regio’s, provincies en landen tot problemen kan leiden.

Namens de veerdiensten hebben wij bij minister Van Nieuwenhuizen opnieuw het signaal afgegeven dat deze sector tussen wal en schip dreigt te vallen. In documenten zoals het ‘protocol verantwoord blijven reizen in het Openbaar Vervoer’ en in de landelijke noodverordening worden de veerdiensten slechts gedeeltelijk of helemaal niet erkend als onderdeel van het Openbaar Vervoer, waardoor niet duidelijk is of zij bijvoorbeeld in aanmerking komen voor de voor de OV-sector toegezegde beschikbaarheidsvergoeding. Wij hebben gevraagd om een inhoudelijke reactie op de brieven die hierover zijn gestuurd door het CBRB. Er is een toezegging gedaan dat dit punt opgepakt zal worden.

Vernieuwde TVL-regeling – wat betekent dit voor de passagiersvaartsector?

Op dinsdag 27 oktober jl. is er door het Kabinet een nieuw steunpakket met financiële maatregelen afgekondigd. Het belangrijkste verschil ten opzichte van de vorige pakketten is dat de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) in het eerstvolgende tijdvak van de TVL (Q4 2020) opengesteld zal worden voor alle sectoren. De SBI-code afbakening ter vaststelling van de doelgroep komt daarmee eenmalig te vervallen. Dit betekent dat alle sectoren met een minimaal omzetverlies van 30% t.o.v. Q4 2019 de helft van hun vaste lasten vergoed krijgen in verhouding met hun omzetverlies.

Vernieuwde TVL-regeling ongunstig voor seizoen gerelateerde ondernemingen
Helaas zijn de voorwaarden van de TVL-regeling tot op heden nog niet aangepast waardoor de TVL-regeling niet gunstig toegepast kan worden door seizoen gerelateerde ondernemingen. In de Kamerbrief van 27 oktober jl. wordt de TVL-regeling als volgt beschreven;

Ook de TVL is zo vormgegeven dat de hoogte van de subsidie mee-ademt met het geleden omzetverlies. Hoe hoger dit verlies, hoe hoger de subsidie. De subsidie is namelijk gebaseerd op het omzetverlies en het gemiddelde percentage vaste lasten van bedrijven in hun sector. Het omzetverlies wordt vastgesteld door vergelijking van de omzet in de subsidieperiode met de omzet in dezelfde periode in het voorgaande jaar. Zo wordt rekening gehouden met seizoenfluctuaties en wordt beoogd de subsidie zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de daadwerkelijke omzetderving. Wel wordt de subsidie gemaximeerd door het vastgestelde subsidieplafond. Voor het volgende TVL-tijdvak (Q4 2020) is de maximale hoogte van de subsidie vastgesteld op € 90.000 voor drie maanden, in het eerste tijdvak (juni-september 2020) was dat € 50.000 voor vier maanden. In totaal is er voor de TVL in de periode 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 ruim € 1,8 miljard geraamd, waarvan ruim € 600 miljoen voor Q4 2020.’

De redenatie met betrekking tot de vaststelling van het omzetverlies rekening houdend met seizoenfluctuaties is onjuist. Veel seizoengebonden sectoren zitten nu juist in het laagseizoen en hebben hierdoor beperkt omzetverlies (in absolute getallen) en hoge vaste kosten. In tegenstelling tot bedrijven die hun omzet verspreid over het gehele jaar behalen, doen seizoengebonden bedrijven dit slechts in een aantal maanden per jaar. De tegemoetkoming vanuit de TVL-regeling zoals men dat nu berekend, is daardoor ontoereikend. De beperking in de vaststelling van het omzetverlies in de vernieuwde TVL-regeling wordt wel erkend voor de Evenementenbranche. Hiervoor wordt zelfs een ‘Evenementenbranchemodule’ aan de TVL-regeling toegevoegd. Dit lijkt in strijd te zijn met het gelijkheidsbeginsel doordat er nu onderscheid wordt gemaakt tussen seizoengebonden bedrijven.

CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer reageren op Kamerbrief over vernieuwde TVL-regeling
CBRB en BLN hebben in een brief gereageerd op Kamerbrief van 27 oktober waarin wij pleiten voor het aanpassen van de voorwaarden van de TVL-regeling door de omzetverlies vaststelling o.b.v. het jaargemiddelde van 2019 te berekenen, zoals dit ook wordt toegepast bij de NOW-bepaling door het UWV. In de brief stellen wij tevens de vraag waarom de beperking in de vaststelling van het omzetverlies voor de Evenementenbranche wel wordt erkend en niet voor alle andere seizoen gerelateerde bedrijven. Uit het antwoord zal moeten blijken dat er geen sprake is van ongelijke behandeling tussen seizoengebonden bedrijven.

Verder hebben wij nogmaals aandacht gevraagd op het eerder gedane steunverzoek en staatssecretaris Mona Keijzer en minister Van Nieuwenhuizen uitgenodigd om inhoudelijk op het steunverzoek te reageren.

Noodverordening versie 6 november 2020 - wat betekent dit voor de passagiersvaartsector?

Een noodverordening helpt bij de uitvoering van het kabinetsbeleid ter voorkoming van verdere verspreiding van COVID-19. Om zo eenduidig mogelijk te werk te gaan, met oog voor regionale verschillen, is er één landelijk model voor een noodverordening die alle 25 veiligheidsregio’s in Nederland kunnen toepassen.

Op 10 november jl. heeft de Veiligsheidsberaad tevens een document gepubliceerd dat de veiligheidsregio’s moet helpen bij de interpretatie van de noodverordening van 6 november jl. De maatregelen zijn erop gericht om de kans op grote drukte en het aantal sociale contactmomenten tussen mensen te beperken. De landelijke maatregelen hebben gevolgen voor de passagiersvaartsector. Hieronder volgt een korte samenvatting de noodverordening. Samenkomsten aan boord van schepen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • Passagiersstromen moeten gereguleerd en gescheiden worden door bijvoorbeeld het faciliteren van looproutes en vaste in- en uitgangen.
  • Hygiëne maatregelen.
  • Hanteren van de 1,5 meter afstandseis.
  • Het toewijzen van een vaste zitplaats in binnenlocaties.
  • Maximaal 30 gasten exclusief personeel per zelfstandige binnenruimte (per salon of per dek).
  • Maximaal 30 gasten exclusief personeel per zelfstandige buitenruimte (per buitendek).
  • Het maximum van 30 personen geldt zowel voor kinderen als volwassenen.
  • Een reservering mag maximaal uit twee personen bestaan als de personen niet tot een huishouden behoren.

Passagiersschepen waar, behalve vervoer van personen, eveneens horeca-activiteiten plaatsvinden zijn te kwalificeren als inrichtingen “waar ter plaatse eten of drinken wordt verkocht en genuttigd”. Daarvoor geldt;

  • Het is niet toegestaan om een eet- en drinkgelegenheid in salon(s), restaurant(s) of buitendek(ken) die voor horeca activiteiten zijn ingericht voor de gasten geopend te hebben.

Een uitzondering wordt gemaakt voor afhaalrestaurants / afhaallocaties waarbij eten en/of drinken kan worden afgehaald en op een andere locatie wordt genuttigd. Cafés en restaurants van hotels cq. hotelschepen kunnen geopend blijven voor hotelgasten.