Vernieuwde TVL-regeling – wat betekent dit voor de passagiersvaartsector?

Op dinsdag 27 oktober jl. is er door het Kabinet een nieuw steunpakket met financiële maatregelen afgekondigd. Het belangrijkste verschil ten opzichte van de vorige pakketten is dat de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) in het eerstvolgende tijdvak van de TVL (Q4 2020) opengesteld zal worden voor alle sectoren. De SBI-code afbakening ter vaststelling van de doelgroep komt daarmee eenmalig te vervallen. Dit betekent dat alle sectoren met een minimaal omzetverlies van 30% t.o.v. Q4 2019 de helft van hun vaste lasten vergoed krijgen in verhouding met hun omzetverlies.

Vernieuwde TVL-regeling ongunstig voor seizoen gerelateerde ondernemingen
Helaas zijn de voorwaarden van de TVL-regeling tot op heden nog niet aangepast waardoor de TVL-regeling niet gunstig toegepast kan worden door seizoen gerelateerde ondernemingen. In de Kamerbrief van 27 oktober jl. wordt de TVL-regeling als volgt beschreven;

Ook de TVL is zo vormgegeven dat de hoogte van de subsidie mee-ademt met het geleden omzetverlies. Hoe hoger dit verlies, hoe hoger de subsidie. De subsidie is namelijk gebaseerd op het omzetverlies en het gemiddelde percentage vaste lasten van bedrijven in hun sector. Het omzetverlies wordt vastgesteld door vergelijking van de omzet in de subsidieperiode met de omzet in dezelfde periode in het voorgaande jaar. Zo wordt rekening gehouden met seizoenfluctuaties en wordt beoogd de subsidie zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de daadwerkelijke omzetderving. Wel wordt de subsidie gemaximeerd door het vastgestelde subsidieplafond. Voor het volgende TVL-tijdvak (Q4 2020) is de maximale hoogte van de subsidie vastgesteld op € 90.000 voor drie maanden, in het eerste tijdvak (juni-september 2020) was dat € 50.000 voor vier maanden. In totaal is er voor de TVL in de periode 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 ruim € 1,8 miljard geraamd, waarvan ruim € 600 miljoen voor Q4 2020.’

De redenatie met betrekking tot de vaststelling van het omzetverlies rekening houdend met seizoenfluctuaties is onjuist. Veel seizoengebonden sectoren zitten nu juist in het laagseizoen en hebben hierdoor beperkt omzetverlies (in absolute getallen) en hoge vaste kosten. In tegenstelling tot bedrijven die hun omzet verspreid over het gehele jaar behalen, doen seizoengebonden bedrijven dit slechts in een aantal maanden per jaar. De tegemoetkoming vanuit de TVL-regeling zoals men dat nu berekend, is daardoor ontoereikend. De beperking in de vaststelling van het omzetverlies in de vernieuwde TVL-regeling wordt wel erkend voor de Evenementenbranche. Hiervoor wordt zelfs een ‘Evenementenbranchemodule’ aan de TVL-regeling toegevoegd. Dit lijkt in strijd te zijn met het gelijkheidsbeginsel doordat er nu onderscheid wordt gemaakt tussen seizoengebonden bedrijven.

CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer reageren op Kamerbrief over vernieuwde TVL-regeling
CBRB en BLN hebben in een brief gereageerd op Kamerbrief van 27 oktober waarin wij pleiten voor het aanpassen van de voorwaarden van de TVL-regeling door de omzetverlies vaststelling o.b.v. het jaargemiddelde van 2019 te berekenen, zoals dit ook wordt toegepast bij de NOW-bepaling door het UWV. In de brief stellen wij tevens de vraag waarom de beperking in de vaststelling van het omzetverlies voor de Evenementenbranche wel wordt erkend en niet voor alle andere seizoen gerelateerde bedrijven. Uit het antwoord zal moeten blijken dat er geen sprake is van ongelijke behandeling tussen seizoengebonden bedrijven.

Verder hebben wij nogmaals aandacht gevraagd op het eerder gedane steunverzoek en staatssecretaris Mona Keijzer en minister Van Nieuwenhuizen uitgenodigd om inhoudelijk op het steunverzoek te reageren.